Jubilea 2013-2014

Vanaf het begin van de dertiende eeuw kwam het sacrament van de eucharistie steeds centraler te staan in de godsdienstige beleving van de westerse christenheid. De nieuwe vroomheid was gestoeld op twee pijlers: een dogmatische en een mystieke.

De eerste pijler betreft de kerkelijke leer over de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in het sacrament (praesentia realis), meer bepaald de uitleg van de woorden hoc est corpus meum (dit is mijn lichaam) die de priester bij de zogenoemde consecratie in de mis uitspreekt over het brood, de hostie. Volgens de leer verandert op dat moment het brood in het lichaam van Christus en verandert, na het uitspreken van gelijkaardige woorden, ook de miswijn in het bloed van Christus. Om dit leerstuk te ondersteunen werd zelfs de liturgie aangepast, onder meer door de introductie van de zogenoemde elevatie van de hostie in de mis, waarbij de priester-celebrant de geconsacreerde hostie opbeurde tot boven zijn hoofd, zodat de gelovigen Christus konden aanbidden. De eucharistie werd onmisbaar geacht voor de verwerving van het eeuwig heil, te meer omdat het als enige van de zeven sacramenten Christus zelf zou bevatten. In 1215, tijdens het Concilie van Lateranen, kondigde paus Innocentius III zelfs het dogma van de transsubstantiatie af: al blijven het brood en de wijn onveranderd voor de menselijke waarneming, toch veranderen ze bij de consecratie werkelijk in respectievelijk het lichaam en bloed van Christus. Zoals de eucharistie het sacrament der sacramenten was geworden, zo groeide het dogma van de transsubstantiatie uit tot een soort strijdkreet van de kerk tegen ketters en twijfelende christenen. Omdat de transsubstantiatie moeilijk op verstandelijke wijze kon worden uitgelegd aan de gewone gelovigen, werd in de prediking steeds meer gebruik gemaakt van wonderverhalen, de zogenoemde exempelen, waarin iets miraculeus gebeurt met hosties of met de miswijn, bijvoorbeeld brood dat gaat bloeden of witte wijn die plots rood kleurt. Dergelijke wonderbaarlijke gebeurtenissen werden beschouwd als een tastbaar bewijs van de kerkelijke leer.

Zo vertelt de cistercienzer Caesarius van Heisterbach (+ ca. 1240), in zijn Dialogus miraculorum, over een benedictijner monnik die, waarschijnlijk in 1222, in de kerk van Meerssen de mis opdroeg, maar daarbij vergeten was om wijn in de kelk te doen. Nadat hij een partikel van de geconsacreerde hostie in de kelk had laten vallen, stroomde deze gedeeltelijk vol met water en bloed. Dit wonder werd door Caesarius en anderen beschouwd als een goddelijk teken om duidelijk te maken dat het brood al veranderd is in het lichaam van Christus voordat de wijn is geconsacreerd. Al snel na de miraculeuze gebeurtenis ontwikkelde Meerssen zich tot een heus bedevaartoord, een zogenoemd Sacrament van Mirakel. Bijna gelijktijdig, in 1223, ontstond ook in de kerk van Sint Truiden een nieuwe cultus met bedevaart, eveneens naar aanleiding van een hostiewonder. Al met al kunnen de Nederlanden bogen op ca. 35 middeleeuwse Sacramenten van Mirakel. Breda kent de geschiedenis van het Sacrament van Niervaert.

De tweede pijler betreft de gerichtheid op de persoon van Christus, meer bepaald het streven om zich op innerlijke of mystieke wijze met hem te verenigen. In de twaalfde eeuw initieerden Bernardus van Clairvaux (+ 1153) en Willem van Saint-Thierry (+ 1149) met hun commentaren op het Bijbelse Hooglied de zogenoemde bruidsmystiek. Bij het streven naar de innerlijke vereniging met God, werd Christus voorgesteld als bruidegom en de (ziel van de) individuele gelovige als bruid. Mede vanwege deze bruidssymboliek waren er veel meer vrouwen dan mannen die zich toelegden op de mystiek, met name cistercienzerinnen en - vooral in de Nederlanden - begijnen. Wat voor de hand lag, gebeurde ook: de fixatie op het sacrament van de eucharistie, waarin men Christus immers aanwezig achtte, werd gecombineerd met het verlangen om zich op mystieke wijze met Christus te verenigen. Tal van vrouwen ervoeren deze vereniging tijdens de mis, bij de communie of in de nabijheid van de heilige reserve. Zo aanschouwde de begijn Hadewijch van Antwerpen (+ ca. 1250) in een van haar visioenen het eucharistisch brood in de gedaante van een klein kind, dat naar haar toekwam en vervolgens veranderde in een knappe man, die haar de communie gaf en vervolgens innig tegen zich aandrukte.

Een bijzonder grote impact op het godsdienstig leven in de late middeleeuwen hadden de visioenen van een andere mystica en tijdgenoot van Hadewijch, de uit Retinne (Luik) afkomstige augustines Juliana van Cornillon (+ 1258). In de Latijnse vita van Juliana, reeds enkele jaren na haar dood vervaardigd, lezen we dat zij al vanaf haar jeugd herhaaldelijk eenzelfde visioen kreeg dat zij echter niet kon duiden. Zij zag steeds een volle stralende maan, waaraan echter een klein segment ontbrak. Na haar veelvuldige smeekbeden onthulde Christus aan haar wat het betekende. De maan verbeeldde het liturgisch jaar waaraan blijkbaar nog een feest ontbrak. Hij wilde dat er een nieuw liturgisch feest zou worden ingesteld ter ere van het sacrament van zijn lichaam en bloed. Uit nederigheid en een gevoel van onwaardigheid verzuimde Juliana echter om dit goddelijk verlangen wereldkundig te maken (vita II/6). Het duurde nog ruim twintig jaar voor zij eindelijk tot actie overging. Eerst legde zij haar zaak voor aan zes geleerde geestelijken die unaniem oordeelden dat de instelling van dit feest zou strekken tot heil van de Kerk en de gelovigen (vita II/7). Vervolgens zocht en vond zij in de begijn Isabella van Hoei een medestandster om haar initiatief verder uit te dragen (vita II/8).

Haar volgende stap was de compositie van een eigen officie - dat wil zeggen alle teksten voor het getijdengebed - voor het nieuwe feest (vita II/9). Samen met een jonge, onervaren clericus die bij haar in huis woonde, een zekere Johannes, zette zij zich aan deze klus. In goede harmonie togen beiden aan het werk: hij zette zich aan het schrijven en zij zette zich aan het gebed. Telkens wanneer hij een deel van het officie af had, legde hij dat aan Juliana voor waarbij hij zei: Dit, mijn meesteres, is U van boven toegezonden. Ziet U of er nog dingen verbeterd moeten worden in de zangwijze of de tekst? Indien nodig bracht zij inderdaad correcties aan, waarbij zij, dankzij de kennis die bij haar was ingestort, een grote scherpzinnigheid etaleerde. Aan haar verbeteringen kon zelfs de grootste geleerde niets meer toevoegen, aldus de schrijver van Juliana's vita. En zo werd in 1246 Corpus Christi of Sacramentsdag als nieuw feest in het bisdom Luik ingevoerd op de tweede donderdag na Pinksteren, met het officie van Juliana en Johannes, Animarum cibus (Zielenspijs).

In 1264 zou paus Urbanus IV, voor zijn pontificaat een van de geleerde geestelijken die door Juliana waren geconsulteerd, Sacramentsdag verheffen tot verplichte feestdag voor de universele Kerk. Voor Animarum cibus kon hij echter weinig enthousiasme opbrengen. Prompt liet Urbanus een nieuw officie samenstellen, Sacerdos in aeternum, door iemand aan wiens kwaliteiten als geleerde en poeet niemand twijfelde, Thomas van Aquino. In de veertiende eeuw zou dit uit de Nederlanden afkomstige feest zich, met zijn processies en toneelspelen, ontwikkelen tot wellicht de meest grootse - vaak ook triomfalistische - geloofsmanifestatie van de katholieke kerk. In sommige landen, bijvoorbeeld op het Latijns-Amerikaanse continent, wordt Sacramentsdag nog uitbundig gevierd, maar in de meeste Europese landen betekent het niet zoveel meer voor de gelovigen. Nu eens in de volle aandacht en dan weer uit de gratie, sterk afwisselend van tijd en plaats, dat past eigenlijk wel bij zo een mystiek feest.

dr. Charles M.A. Caspers

In 2014 was het 750 jaar geleden dat Sacramentsdag met de bul 'Transiturus de hoc mundo' werd ingesteld.

Downloads:

Jubileum 750 jaar Sacramentsdag (1264-2014)
informatie over het wetenschappelijk symposium

het verslag van het symposium

het jaarprogramma met jubileumactiviteiten in de Lage Landen

het devotieprentje '750 jaar Sacramentsdag 2014'.

the English version '750 years Corpus Christi 2014'.

het logo 750 jaar Sacramentsdag 2014, ontworpen door Empathic Design te Breda.

the Latin version logo 750 annus Corpus Christi 2014.

Jubileumlied van Olaf Douwes Dekker


Vijf en halve Eeuwfeest van de oprichting van het gilde (1463-2013):
het verslag van de viering van het Vijf en halve Eeuwfeest