St. Joostkapel

De Mariakapel aan de Ginnekenstraat, die voorheen een St. Joostkapel was en onder die naam nog bij de meeste Bredanaars bekend staat, is van een eerbiedwaardige ouderdom. Ze stamt, gedeeltelijk tenminste, uit de eerste helft van de vijftiende eeuw. Tussen 1430 en 1440 moet ze zijn gebouwd. Er zijn zelfs aanwijzingen dat ook tevoren op dezelfde plaats al een kerkje stond, vermoedelijk in hout opgetrokken dat rond 1300 zou zijn gesticht. Oorspronkelijk zal de kapel bedoeld zijn geweest als kerkgelegenheid voor de bewoners van de omgeving, het zogenaamde Ginnekenseinde. De patroonheilige St. Joost ( in het latijn Judocus), was een Bretonse koningszoon uit de zevende eeuw, die de voor hem bestemde kroon afwees om een leven te gaan leiden als kluizenaar en pelgrim.

Dat hij vereerd werd als beschermheilige tegen besmettelijke ziekten zal wel de reden zijn dat de kapel aan hem werd toegewijd. Achter de kapel lag een kerkhof, aanvankelijk bedoeld voor de omwonenden, maar later, toen de Ginnekenstraat deftiger werd, vooral gebruikt voor armen en kinderen; een afzonderlijk gedeelte was ingericht voor terechtgestelden en zelfmoordenaars.

Waarschijnlijk is de kapel in de tijd van de beeldenstorm buiten gebruik geraakt. In 1581 heeft bisschop Lindanus er weer twee altaren gewijd, maar toen in 1590 Breda in Staatse handen kwam, werd het plekje opnieuw aan de eredienst onttrokken. Ook de protestanten hebben het niet als kerkruimte benut. Van toen af diende het vooral als bergplaats voor hooi en turf. Een tijdlang is er een schermschool in gevestigd geweest. Soms werden er slodaten in ondergebracht. In de laatste tientallen jaren van de achttiende eeuw was het in gebruik als paardenstal. Alleen de toren en het uurwerk werden met zorg onderhouden. Het jaartal 1662 in de toren moet wel wijzen op een grondige restauratie.

Nadat de kapel een tijdlang had leeggestaan, werd ze in 1821 tot hovenierswoning en koestal verbouwd. Het priesterkoor was toen waarschijnlijk al verdwenen. Tot 1945 is het gebouwtje door particulieren bewoond. De koestal bestond toen allang niet meer.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog had Mgr. Hopmans uit naam van de Bredase bevolking aan Maria de belofte gedaan dat voor haar een kapel zou worden gesticht als de stad voor ernstig oorlogsgeweld gespaard zou blijven. Nog voordat deze wens was vervuld, had het gemeentebestuur reeds uit eigen beweging het aanbod gedaan om de oude Sint Joostkapel hiervoor beschikbaar te stellen.

Op 23 november 1945 werd deze in eigendom aan de bisschop overgedragen. Van de Eigenlijke kapel was niet zoveel meer over, maar uit de bestaande resten kon de oorspronkelijke toestand met zo grote zekerheid worden afgeleid dat architect Frans Mol een verantwoordelijke restauratie tot stand kon brengen. Op 3 mei 1947 werd de kapel door Mgr. Hopmans ingewijd.

De ruime giften die waren binnengekomen, boden de mogelijkheid tot een artistieke aankleding. Het Mariabeeld, het altaar en de twee profetenhoofden onder de dakconstructie werden vervaardigd door Niel Steenbergen. De twee mozaïektableaus aan de beide zijden van het altaar zijn van de hand van Marius de Leeuw. Het linkse is een voorstelling van Maria bij de boodschap van de engel,het rechtse verbeeldt de Moeder van Smarten. De ramen zijn ontworpen door Gisele Waterschoor-van der der Gracht. De betekenis hiervan kan als volgt worden weergegeven: Boven de ingang Sint Joost (in pelgrimskleding en met de kroon aan zijn voeten) overhandigt aan Maria de sleutel van de kapel.

Aan de linkerzijde: 1. de strijd van de Satan tegen de vrouw en haar kind (waarbij in de dagen der bevrijding uiteraard gedacht werd aan de nationaal-socialistische dreiging); 2. Mgr. Hopmans beloofd aan Onze Lieve Vrouw een kapel; 3. Maria beschermd de stad Breda.

Aan de rechterzijde vanaf het altaar: 1. bevrijding van Breda door de geallieerden, speciaal de Polen, hier aangeduid door een vaandel met de afbeelding van Onze Lieve Vrouw van Czestochowa; 2. aanbieding van de Sint Joostkapel aan Mgr. Hopmans door het gemeentebestuur, achter de burgemeester Van Slobbe ziet men van links naar rechtsde gemeentesecretaris Van Woensel en de wethouders Van Haperen, Struycken en Van Mierlo; 3. dank der Bredase bevolking aan Maria voor het behoud van de stad.

Aan de Straatzijde leest men boven de ingang het opschrift: ‘Hac ne vade quin dixeris Ave Maria’, door Mgr. Baten aldus vertaald: “Bid als ge hier passeren moet, Maria, wees gegroet’.

De openingstijden van de St. Joostkapel zijn
Maandag tussen 11.00 en 17.00 uur.
Dindsag t/m zaterdag van 09.00 tot 17.00 uur.
Eucharistieviering op dinsdag en vrijdag om 10.30 uur.