De beproeving

Niervaert ressorteerde in de late Middeleeuwen onder het toen uitgestrekte bisdom Luik. Toen de bisschop van de wonderbare Hostie hoorde, beval hij een nauwkeurig onderzoek in te stellen. Hij stuurde daartoe zijn rechtsgeleerde Macharius naar Niervaert. Deze Macharius was een sceptisch man, die van meet af aan niet aan de echtheid van het wonder geloofde. Hij hoorde de gelijkluidende verklaring van de drie getuigen aan, luisterde naar het getuigenis van pelgrims die op wonderbare wijze genezen waren, maar bleef volharden in zijn vooroordelen. De rechtsgeleerde meende de echtheid van het wonder met een steekproef te moeten onderzoeken. Viermaal achtereen stak hij met een priem op de Hostie in, die telkens weerstand bood alsof ze van marmer was. Toen Macharius echter voor de vijfde maal stak, begon de Hostie op de vijf plaatsen waar ze geraakt was te bloeden. Zonder nog één woord uit te brengen verliet Macharius Niervaert, eindelijk ten volle overtuigd van de echtheid van het wonder.