Gildenkaart

Veertien jaar na de overbrenging van de Hostie werd te Breda opgericht 'die Gilde vanden heilighen ghebenediden Sacramente van miraculen en vand Nyeuwervaert'. Een afschrift van de Gildenkaart vindt men in de Gildenkroniek die zich tegenwoordig bevindt in het Bredase stadsarchief. De originele kaart is zoek geraakt of verbrand tijdens een van de grote stadsbranden. Deze kaart (reglement) was verstrekt door de pastoer van Breda en de pastoor van de kercken van Breda, hetgeen aangeeft dat er gesproken moet worden van de oprichting van een zogenoemd kerkelijke Gilde. Er waren namelijk ook wereldlijke Gilden, bijvoorbeeld ambachtsgilden en schuttersgilden. Deze kregen hun kaart van het wereldlijk gezag.

Download:
Tekst van de Gildecaert van 1463

Leden

Zowel mannen als vrouwen konden lid worden. Ze doneerden bij aanvang van het lidmaatschap een pond was voor het maken van de kaarsen. De leden van het Gilde droegen speciale mantels voorzien van hun Gildenteken, een afbeelding van de Hostie. Zo staan enkele leden afgebeeld op het Retabel, een altaarschilderij dat het Gilde liet vervaardigen voor de Sacramentskapel. Gedurende het jaar werden missen gelezen voor hun zielenheil. Jaarlijks, op de zondag vóór Sint Jan (24 juni), namen zij deel aan de plechtige Ommegang. Daags tevoren werd de Heilige Hostie ter bijzondere verering uitgesteld in het hoogkoor. Daar offerde de Bredase bevolking grote waskaarsen waarin geld gestoken was. De volgende morgen had de Ommegang plaats. De wonderbare Hostie werd met veel devotie meegedragen door de eertijds belangrijkste straten van de stad. Schuttersgilden, wagenspelers, muziekgezelschappen en hoogwaardigheidsbekleders; allen namen ze deel aan de Ommegang. Zeer waarschijnlijk werd de Hostie maar eens per jaar publiekelijk getoond. Ze was immers, volgens kerkelijk besluit, aan de dagelijkse verering onttrokken. Buiten het omgangsweekeind moesten de gelovigen het stellen met een afbeelding van de uitstelling op het altaarschilderij. Een vergelijkbare situatie doet zich tot op de dag van vandaag nog voor met betrekking tot de corporale met het Heilig Bloed in Hoogstraten. Ook deze wordt maar één of twee keer per jaar aan de gelovigen getoond. De rest van het jaar wordt ze in een gesloten reliekhouder bewaard.

Het mirakelspel

Het Gilde gaf opdracht tot het schrijven van een mirakelspel dat vanaf omstreeks 1500 jaarlijks op de Grote Markt werd uitgevoerd door de rederijkerskamer "Vreughdendael". Breda geniet in literaire kring Internationale bekendheid door dit mysteriespel. Doel van dit 'spel van Sinne' was het vertonen van de geschiedenis van de hostie zoals deze in de Gildenkroniek stond weergegeven. Het behandelt na een proloog achtereenvolgens: de vinding, de komst van de pastoor, de beproeving door Macharius, de strijd van Wouter van Kersbeek in Pruisen, het bezoek van Wouter aan Niervaert en de raad van de bisschop, waarin verlof wordt gegeven om de Hostie naar Breda over te brengen. Duvelrijen zorgen voor de afwisseling van devote en komische taferelen en de bekendmaking van de andere mirakelen. Het spel is voor de laatste keer op de Grote Markt van Breda uitgevoerd in 1948. In 2017 geeft het Gilde een kritische editie van het oorspronkelijke handschrift waarin de tekst van het toneelstuk bewaard is gebleven alsmede een vertaling van die tekst in hedendaags Nederlands uit, samengesteld door dr. Willem Kuiper en dr. Ludo Jongen.

Voor meer informatie over het mirakelspel verwijzen wij naar de wikipediapagina:
Spel vanden heilighen sacramente vander Nyeuwervaert

Het Retabel

Rond 1537 gaf het Gilde aan twee anonieme kunstenaars opdracht een groot houten paneel te beschilderen met voorstellingen uit de geschiedenis van het Sacrament van Niervaert. Het altaarstuk bevond zich tot augustus 1566 tegen de oostwand van de Sacramentskapel in de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Tijdens de beeldenstorm raakten de in totaal tien panelen verspreid en toen in 1625 gepoogd werd alle delen weer bijeen te brengen bleken vier panelen onvindbaar. In 1860 werd nog een fragment van een paneel teruggevonden, dat als vensterluik had gediend. Het retabel is thans te zien in het Stedelijk Museum Breda.

Het retabel van Niervaert, door Paul Henken


Sluimerend bestaan

Na de beeldenstorm van 1566, waarbij de Hostie vermoedelijk is zoekgeraakt, brak een moeilijke periode aan voor het Gilde. Tijdens de Tachtigjarige oorlog wisselde Breda verschillende malen van bestuur. Vanzelfsprekend floreerde de katholieke eredienst alleen gedurende de tijd dat Breda in Spaanse handen was. Waarschijnlijk heeft hierdoor de Ommegang na de beeldenstorm nog enige malen plaats gehad. Vanaf omstreeks 1590 leidde het Gilde een sluimerend bestaan.

Confrerie van het Allerheiligst Sacrament des Altaars

Hoewel enkele Bredanaars tijdens het Spaanse Tussenbewind (1625-1637) poogden het Gilde van het Sacrament van Niervaert nieuw leven in te blazen, duurde het tot 28 oktober 1697 voordat in de schuilkerk aan de Brugstraat een nieuwe Confrerie kon worden opgericht. Deze vereniging was nieuw, omdat de wijze van oprichting, de doelstelling en de organisatie wezenlijk verschilde van die van het Gilde. De Confrerie is ononderbroken blijven voortbestaan tot op de huidige dag hoewel zij haar naar buiten gerichte activiteiten staakte bij de afbraak van de Barbarakathedraal in 1968. In 2012 bracht de Regent van de confrerie, de heer J.L.L.M. Berge, een personele unie tot stand tussen deze Confrerie en het in 2003 heropgerichte Gilde van het Sacrament van Niervaert. Hij benoemde op 25 september 2012 drie leden van het Gilde rechtsgeldig als lid van de Confrerie. De Confrerie van het Allerheiligst Sacrament des Altaars bestaat hierdoor ononderbroken voort tot op de huidige dag.